Uitreiking TIM Awards 2019 nadert

Op 26 maart zal de CIO Dinershow plaatsvinden. Hier zullen de TIM Awards 2019 uitgereikt worden. ‘The Innovation Manager Awards’ (afgekort TIM Awards) zijn een initiatief van ICT Media, bedoeld om innovatieve projecten te belonen en te stimuleren bij zowel leveranciers als afnemers op het gebied van IT. Het idee is dat het totale Nederlandse IT-ecosysteem een collaboratieve en innovatieve mindset gaat omarmen.

Uit meer dan 50 inschrijvingen heeft de jury per categorie een selectie gemaakt. De genomineerden hebben maandag 11 maart hun case gepresenteerd en horen tijdens de CIO Dinershow of zij een TIM Award in ontvangst mogen nemen.

Genomineerd voor een TIM Award (per categorie) zijn:

Most Innovative Vendor
Celonis
Elastic
Mondobrain

Most Innovative Leader IT
Alberto Prado – Philips
Kuldip Singh – Innogy (Essent)

Most Innovative New Kid
Lone Rooftop
Nibblr
Optiply
The Cue

Most Innovative Project within a Company
PostNL
Verder International
VIVAT

Most Innovative Ecosystem
BringWay
ISHARE – Topsector Logistiek
KPN New Business
Nutreco & Unisys
Olisto

Klantgericht ‘by design’

Een sociale app, een foodtruck-plantsoen, gezond voedsel ‘on the go’ en volop andere ideeën om de bedrijfslunch te veraangenamen. Ze vormen het virtuele en veelal zelfs tastbare resultaat van een middagje design thinking voor technologieleiders bij KPMG in Rotterdam. De raakvlakken met digitalisering, klantgerichtheid en nieuwe werk- en organisatievormen blijken talrijk. Een beter excuus voor een middagje knutselen is er niet.

“Digitalisering heeft niet alleen betrekking op de technologie, het draait ook om een innovatieve mindset”, aldus Mark de Groot van KPMG‘s digitale adviestak tijdens zijn welkomstwoord. “Design thinking kan gebruikt worden om uitdagingen en kansen bij alle betrokkenen te laten doorleven. Vervolgens kun je ermee tot nieuwe oplossingen komen. Het draait daarbij om het proces, het gereedschap en de juiste manier van denken. Na een theoretische introductie gaan we er tijdens deze workshop zelf mee aan de slag.”

Hulpmiddel

Karin Smorenburg, Senior Digital Consultant bij KPMG, vertelt allereerst over het hoe en wat van design thinking. “Het is een proces met een aantal vaste stappen, die niet noodzakelijk in een specifieke volgorde gezet hoeven worden. Je kunt dus op verschillende punten instappen, maar je moet soms noodgedwongen ook een paar stappen teruggaan, afhankelijk van het probleem en de context. Daarnaast draait het inderdaad om de juiste mindset: mensgerichte oplossingen voor de juiste problemen. Ik ben van opleiding industrieel ontwerper, waardoor design thinking voor mij een heel natuurlijke manier van denken is.”

“Design thinking kan gebruikt worden om uitdagingen bij alle betrokkenen te laten doorleven”

Design thinking is een uit de VS afkomstige methode om nieuwe producten en diensten te ontwerpen. Tim Brown, de hoogste baas van een internationaal opererend ontwerpbureau, realiseerde zich zo’n tien jaar geleden dat goede ontwerpers weliswaar creatief denken, maar tevens moeten werken binnen beperkingen. Ze moeten haalbare oplossingen ontwikkelen, met de juiste waarde voor de klanten of het bedrijf.

Procesfasen

De juiste manier van denken begint met empathie voor degene die de oplossing gaat gebruiken. Karin Smorenburg: “Daarvoor is het belangrijk dat je de context kent.” Het ontwerpproces kent volgens haar diverse fasen: ontdekken, definiëren, ideeën ontwikkelen, experimenteren en evalueren. “Het gaat er vooral om dat je je gedurende de diverse stappen bewust bent van hetgeen je doet. Als je weet voor wie en waarom je iets doet, werk je automatisch aan een passende oplossing.”

Daarbij is volgens de KPMG-deskundige sprake van voortdurend divergeren en convergeren. Bij het ontdekken van de context denk je zo breed mogelijk, om dit vervolgens bij het definiëren van de juiste ervaring terug te brengen tot de kern, bij de ‘ideation’ draait alles om inspiratie, die via experimenten weer terugbrengt tot een specifieke oplossing. Zoals gezegd kun je in het proces af en toe een of meer stappen terug.

“In relatie tot methoden als Lean Startup en Agile speelt design thinking vooral een rol in de fase van het ontwikkelen en ontdekken, terwijl Agile zich vooral richt op de manier waarop het gerealiseerd wordt. Lean Startup vooral draait om meten en bijsturen tijdens de verdere ontwikkeling.”

Snellere paarden

Karin Smorenburg haalt vervolgens de bekende ‘faster horses’-uitspraak van Henry Ford aan, die daarmee zou hebben gesuggereerd dat mensen in het algemeen – net als de potentiële autokopers van ruim honderd jaar geleden – eigenlijk niet zouden weten wat ze willen. “Dat zie ik anders. Je kunt wel degelijk dieper graven en komen met iets wat een probleem oplost. Mensen hebben misschien zelf geen kant-en-klaar product voor ogen, maar ze hebben allemaal een behoefte.”

“Digitalisering betekent intensiever klantcontact, dat maakt design thinking steeds relevanter”

Over de relatie met digitale transformatie zegt ze dat succes ervan altijd afhankelijk is van wat klanten ervan vinden. “Design thinking leidt tot positieve resultaten wanneer de uitkomsten worden verwerkt in de uiteindelijke producten. Digitalisering betekent vaak meer en intensiever klantcontact, dat maakt design thinking steeds relevanter.”

Businessuitdaging

Binnen een digitale transformatie helpt design thinking om zaken te bekijken vanuit menselijk perspectief. Het helpt om de klant of gebruiker op de eerste plaats te zetten, en het helpt om focus aan te brengen: wat doe je wel en wat niet. Ook door andere businessuitdagingen vanuit menselijk perspectief te bekijken, kunnen verrassende nieuwe inzichten ontstaan. Zo kun je design thinking bijvoorbeeld ook toepassen op procesverbetering.

Maar het gaat ook weleens mis. Smorenburg: “De principes raken zoek, de focus ligt te veel op de uitkomst, er wordt niet gekeken met de juiste lens – bij voorkeur mensgericht, en niet puur op basis van data en technologie. Ook kan voor methodes en gereedschap gekozen zijn die niet passen bij de specifieke situatie. Het werken in silo’s in plaats van crossfunctioneel en een culturele mismatch kunnen leiden tot een tegenvallend resultaat.”

Lego-prototype

Gedurende het praktische deel van de bijeenkomst (zie kader) komen deze hindernissen in meer of mindere mate aan de orde. De deelnemers ontwikkelen niettemin diverse leuke concepten, die in tekst, als tekeningen en/of een Lego-prototype worden uitgewerkt. Neem de Bikkie-app, die inzicht geeft in het menu en de drukte in het bedrijfsrestaurant. Gebruikers kunnen er gericht collega’s mee uitnodigen en eten bestellen. Daarnaast heeft de lunch-app een dating-toepassing, bijvoorbeeld om een random eetmaatje, een blinde afspraak of een soulmate uit te kiezen.

“Alles draait om de informatie die het prototype gaandeweg het proces genereert”

Een ander concept is het foodtruck-plantsoen. Volgens een van de bedenkers ‘een plek om het hoofd leeg te maken om de rest van de dag vol energie verder te kunnen’. Nog een voorbeeld: gezond voedsel ‘on the go’, in combinatie met een sportschool-abonnement en een augmented reality-app die de gebruiker tijdens de lunchwandeling attent maakt op lokale zaken of informatie die in het persoonlijke interesseveld.

Feedback

“Hoe reageerden de problem owners op het prototype?”, vraagt Karin Smorenburg na afloop van het door de aanwezige KPMG-collega’s begeleidde workshop. “Mensen waren enthousiast, wat energie gaf om een prototype te creëren”, aldus een deelnemer. “Hun feedback leidde vervolgens weer tot andere ideeën en concepten.”

En zo moet het volgens haar gaan: “Het prototype zelf is niets waard. Alles draait om de informatie die het gaandeweg het proces genereert. Maak er dus allemaal een foto van en gooi de Lego terug in de bak.” Enigszins weifelend voegt men de daad bij het woord. Afstand nemen van je eigen ideeën en arbeid: het blijft lastig.

Stapsgewijs richting oplossing

Tijdens de praktijkopdracht werken deelnemers in kleine groepjes onder leiding van gespecialiseerde KPMG’ers Jill Roelofs en Geert Kriek aan een opdracht: het verbeteren van de lunchpauze-ervaring. Daarbij worden de achtereenvolgende fasen van ontdekken, definiëren, ideeën ontwikkelen, experimenteren en evalueren stapsgewijs aangedaan. Afwisselend divergerend en convergerend, dus van een brede blik naar gefocust. En dat tweemaal, waarmee de zogeheten ‘double diamond’ is doorlopen.

1. Ontdekken en definiëren

Ieder voor zich omschrijft het primaire probleem, om dit vervolgens in de groep op een groot vel papier te clusteren. Na een interview met de zogeheten ‘problem owner’, degene voor wie je uiteindelijk aan de slag gaat, komen de primaire behoeften en onderliggende behoeften aan het licht.

Jill Roelofs, Manager Digital bij KPMG en specialist op het gebied van design thinking, vraagt na afloop wat deelnemers tijdens deze discover-fase hebben geleerd. “Dat je moet zorgen voor een maximaal open blik op het probleem.” KPMG-consultant Geert Kriek vult aan: “Je moet voorkomen dat je te snel oordeelt over het probleem. Het moet bij de klant of gebruiker vandaan komen.” Roelofs: “Er zijn ook andere methodieken, waarbij we mensen van tevoren ondervragen, observeren of een dagboek laten bijhouden of een mindmap, zodat hun behoeften duidelijk worden. Zo ontstaat een breed beeld en ontstaat empathie.”

2. Ideeën ontwikkelen

Op basis van de vraag ‘hoe kunnen we?’ denkt de groep alvast na over de oplossing. Deze kan in tekst worden beschreven, maar liever geschetst. De probleemeigenaar wordt gevraagd welk idee volgens hem of haar het beste is. Daarmee ontstaat een beter beeld van de context, waarmee de schets of beschrijving kan worden verfijnd.

Jill Roelofs wil van de deelnemers weten of het makkelijk of moeilijk was om een antwoord op de vraag te geven. “Het is moeilijk om bij verschillende probleemvelden en oplossingsrichtingen consensus te bereiken.” Geert Kriek: “In de praktijk zou je in dat geval terug kunnen gaan naar klanten of eindgebruikers om meer informatie te verzamelen. Op die manier begrijp je ze misschien beter en ontdek je nieuwe patronen en pijnpunten.” Roelofs: “Ook kun je hier persona’s maken, een fictieve representatie van de doelgroep op basis van de juiste data. Vervolgens kom je op de pijnpunten.”

3. Experimenteren en evalueren

Dan begint de bouw van een fysiek prototype. Tijdens de workshop hebben de deelnemers de beschikking over Lego. Tijdens andere bijeenkomsten kan er ook geknipt en geplakt worden en zijn andere basismaterialen voorhanden. Het prototype wordt ter beoordeling voorgelegd aan de probleemeigenaar.

Geert Kriek: “Er zijn ook andere manieren, bijvoorbeeld het afdrukken van het product of idee op en magazine-cover .” Jill Roelofs: “Met wireframes en high-fidelity-ontwerpen – schematische of interactieve representaties van een website of app – kun je clickable prototypes maken. Ook AB-testen kan hier van pas komen.” Kriek: “Bij een fysiek of virtueel concept kun je zien hoe mensen reageren op het product. De reacties zeggen niet alleen iets over het prototype, maar ook over het diepere probleem.”

Tips en trucs

Uiteindelijk start op basis van feedback de fase van verfijning en verbetering. Soms moeten er in het proces een paar stappen terug gezet worden. Bijvoorbeeld opnieuw naar de tekentafel of naar de behoeften van de probleemeigenaar.

Om ervoor te zorgen dat iedereen binnen alle processtappen ideeën inbrengen, en dat deze ook allemaal worden meegenomen hebben de workshopleiders enkele tips en trucs: Geert Kriek: “De zeestermethode kan helpen om mensen op een veilige manier ideeën te laten aandragen: met de ruggen tegen elkaar, of liggend op de grond met de hoofden tegen elkaar, zodat andere je niet zien praten. Dat maakt de drempel lager.”

Jill Roelofs: “Ook crowdsourcing, het ophalen van ideeën in een grotere groep kan helpen. Fysiek via een fysieke ideeënbus of digitaal met een oplossing als Innovation Factory.” Kriek: “Daarna kun je ideeën clusteren en bespreken in de groep.”

Intelligente software verandert printer in communicatieplatform

We kennen software defined networking, software defined storage en het software defined datacenter. Allemaal hardwarebolwerken die tot voor kort door specialisten ingericht, geconfigureerd en beheerd moesten worden. Dat kan nu allemaal met software, wat niet alleen voor grote tijdwinst zorgt, maar ook voor een enorm scala aan nieuwe mogelijkheden.

Hetzelfde gebeurt nu met de multi functional printer (mfp), een categorie hardware die overgeslagen leek te worden door de digitale transformatie. Dankzij intelligente software groeit de mfp nu uit tot een volwaardig informatie-verwerkend platform.

In de ontwikkeling van de voorvaders van de mfp, de copier en de laserprinter, heeft Xerox met zijn researchcentrum (Palo Alto Research Centre – PARC) een cruciale rol gespeeld. PARC is ook bekend van het Ethernetnetwerk en de grafische interface voor computers. Het researchcentrum richt zich nu op software met technologieën die je niet direct met printers associeert, zoals artificial intelligence, data analytics en content analytics.

In combinatie met geavanceerde software groeit de mfp uit tot informatieverwerker, inclusief de nodige connectiviteit, digitalisering van fysieke documenten en de routering ervan binnen de organisatie. Dat zorgt voor ongekende mogelijkheden.

Voorlezen met begrip van de inhoud

Bijvoorbeeld een boek scannen en daarvan automatisch een goede samenvatting maken. Of een tekstdocument scannen en omzetten in spraak. Dat kennen we al lang, maar pas nu kan het ook met begrip van de inhoud worden voorgelezen. Dus met de juiste intonatie en pauzes op de juiste plek, wat deze technologie bij uitstek geschikt maakt voor toepassing in de zorg, de advocatuur en het onderwijs.

Identiteitsbewijzen AVG-proof verwerken

Maar ook ogenschijnlijk kleinere stappen zijn mogelijk. Zo hebben we een SecureID-app ontwikkeld voor het volledig AVG-proof scannen en verwerken van identiteitsbewijzen. Uit recent onderzoek van Motivaction in opdracht van de Autoriteit Persoonsgegevens blijkt dat een op de drie Nederlanders zich zorgen maakt over zijn privacy. Vooral angst voor misbruik door het kopiëren van hun identiteitsbewijs scoort hoog. Die angst kan een organisatie – denk aan werkgevers, advocaten, notarissen, hotels, verhuurbedrijven – wegnemen.

‘Smart’ is hier dat de app herkent om welk van de negen typen Nederlandse identiteitsbewijzen het gaat en op basis daarvan de gegevens die niet noodzakelijk zijn voor de organisatie, kan afdekken met een zwarte balk. Dit vindt goed beveiligd plaats in de cloud, ook de verbinding van en naar de cloud is beveiligd. Het resultaat kan geprint worden, of via e-mail naar een elektronisch dossier worden gestuurd. Op de mfp blijft niets achter. Verder is het dankzij het AI-fundament mogelijk om eenvoudig nieuwe soorten identiteitsbewijzen, bijvoorbeeld uit andere landen, toe te voegen.

De juiste antwoorden dankzij analyse

De SecureID-app is een goed voorbeeld van ‘document analytics’ en voortbordurend hierop werken we nu aan een app die een aanbestedingsdocument scant, waarna vervolgens automatisch de beste antwoorden op de vragen in het document worden ingevuld op basis van een analyse van eerdere aanbestedingen. Zonder artificial intelligence en machine learning zou zo’n toepassing niet mogelijk zijn.

‘Voorspellend onderhoud’

Deze software kan ontwikkeld worden dankzij een open platform waar de printerleverancier (in dit geval Xerox) voor heeft gekozen. Externe ontwikkelaars zijn immers veel beter op de hoogte van de wensen en kansen op de lokale markt en/of bij individuele klanten. Daarnaast zijn er oplossingen om het beheer van machineparken zelfvoorzienend te maken door intelligent en zelfsturend remote/cloud device management – ook wel bekend als predictive maintenance.

Mfp’s bieden nu talloze innovatieve mogelijkheden om die informatiestromen efficiënter te maken en processen te automatiseren die tot voor kort niet te automatiseren waren. Precies wat de digitale transformatie kenmerkt. Een transformatie waarin iedere printerleverancier die wil overleven zal moeten meegaan. Overigens vieren wij dit jaar dat wij al 100 jaar meegaan in dit soort veranderingen. Vanzelfsprekend dus, dat we dit de komende 100 jaar blijven doen!

Door Arjan Karssen, Business Solution Manager bij Veenman

Vijf toepassingen voor blockchain

Blockchain is een van de meest veelbelovende moderne technologieën. Hoewel voornamelijk bekend als de technologie achter de virtuele munt bitcoin, heeft blockchaintechnologie de potentie om veel sectoren volledig te transformeren.

Alle nieuwe technologieën ondergaan een aantal groeipijnen en hetzelfde geldt voor blockchain. Hoewel er geen twijfel bestaat over het potentieel, maken organisaties zich zorgen over beveiliging en aanverwante kwesties zoals identiteit en vertrouwen. Op deze gebieden werken grote spelers en kleinere startups hard aan oplossingen. Matthew Key van BT is overtuigd van de potentie van blockchain en doet een aantal voorspellingen over de toepassingen die in verschillende sectoren zullen opduiken:

1. Financiële sector

Als het gaat om betalingsverwerking en bedrijfsobligaties kan een gedistribueerd netwerk van computers transacties sneller en veiliger verwerken dan conventionele systemen.

2. Verzekeringssector

Blockchain kan alle kleine transacties tussen verschillende partijen registreren op een centrale plaats, met volledige transparantie voor alle betrokkenen.

3. Productie supply chain

Blockchain kan de distributie van assets zowel opslaan als traceren terwijl ze zich door de supply chain bewegen. Fabrikanten krijgen hierdoor volledig inzicht in hun toeleveringsketen.

4. Gezondheidszorg

Blockchain kan een centraal register veilig bewaren en door middel van identificatie machtigingen verstrekken, zodat alleen de relevante informatie wordt vrijgegeven aan de juiste personen. Denk aan artsen, apothekers, enzovoorts.

5. Hulpverlening

Sommige liefdadigheidsinstellingen schatten dat 30 procent van de hulpgoederen ‘verloren’ gaat in het huidige distributieproces. Omdat gegevens via blockchaintechnologie worden gedistribueerd en beschikbaar zijn voor iedereen met wifi en een computer, kan dit helpen de distributie te bevorderen door transacties snel te verifiëren en betalingen te bespoedigen, met meer transparantie.

NVMe op weg naar mainstream

Vijf jaar geleden was Non-Volatile Memory Express (NVMe) een interessante storage-technologie, zij het voor een beperkt segment. Gaandeweg heeft deze technologie op brede schaal toepassing gekregen in smartphones, laptops en andere kleine apparaten die zeer efficiënte toegang tot hun opslag nodig hebben.

All-flash storage-architecturen worden tot nu toe fundamenteel beperkt door de traditionele seriële SCSI-verbindingen (SCSI Attached Storage, ofwel SAS-verbindingen). Want hoeveel CPU-kernen er ook beschikbaar zijn en wat de dichtheid van flash ook is, alle data worden serieel getransporteerd. Met de ondersteuning van duizenden, gelijktijdige queues, maakt NVMe echter massaal parallelle connecties mogelijk tussen CPU en storage, waardoor alles veel sneller verloopt.

<h2>Wat is NVMe?</h2>
NVMe is een protocol dat de communicatie tussen CPU en Solid State Drives (SSD) versnelt. Het vervangt het huidige SCSI-protocol dat al meer dan 30 jaar oud is. SCSI zet een bericht in een queue (wachtrij) – in principe is die queue een reeks commando’s die het apparaat uitvoert. Ongeacht hoe geavanceerd of duur het netwerk ook is dat het SCSI-protocol gebruikt, de commando’s worden stuk voor stuk na elkaar uitgevoerd.

NVMe vervangt deze inefficiënte bottleneck binnen de back-end van alle flash arrays met massale parallelliteit – in feite tot 64.000 queues en ‘lockless’ connecties die elke CPU-kern kunnen voorzien van een eigen queue tot iedere aangesloten SSD.

NVMe heeft zoals gezegd wonderen gedaan voor persoonlijke apparaten. De volgende stap is deze voordelen realiseren voor systemen die via een netwerk zijn verbonden met storage, in plaats van via PCI-express. Hiervoor is een open standaard beschikbaar: NVMe over Fabrics (NVMe-oF), een uitbreiding van NVMe naar Ethernet en Fiber Channel storage-netwerken. NVMe-oF gebruikt de lichtgewicht NVMe-commandoset en het efficiënte, parallelle NVMe queuing-model.

Daarnaast voegt NVMe-of een abstracte interface toe, die het mogelijk maakt om het PCIe-transport te vervangen door andere transportmechanismen die een betrouwbaar datatransport bieden.

<h2>NVMe maakt vaart in 2019</h2>
NVMe mikt nu op grote ondernemingen. Het protocol kan alles in het netwerk van een organisatie versnellen: databases, gevirtualiseerde en containers omgevingen, initiatieven van ontwikkelaars en web-scale applicaties. In feite is de enorme doorvoersnelheid van NVMe ten opzichte van SAS nodig om te kunnen profiteren van ontwikkelingen op het gebied van multi-core CPU’s, SSD’s met superdichtheid, nieuwe geheugentechnologieën en zeer snelle interconnects.

Grote, complexe sectoren zoals banken en e-commerce bedrijven bevinden zich bij uitstek in een positie om de voordelen te plukken. Het is geen geheim dat snellere transacties per seconde meer omzet per seconde opleveren. Met NVMe kan het gehele systeem van zo’n bedrijf sneller werken, waardoor het bedrijfsresultaat direct toeneemt.

Het NVMe protocol biedt reeds consistente, low latency performance. Het laatste puzzelstukje waardoor deze technologie breed kan worden toegepast door grote ondernemingen zoals banken en luchtvaartmaatschappijen , is de end-to-end toepassing van NVMe dankzij de toevoeging van NVMe-oF. Dit is met name aantrekkelijk voor omgevingen die betere performance, nog lagere latency en minder CPU-overhead nodig hebben. NVME-oF maakt dit allemaal mogelijk. En als technologie een duidelijke impact heeft op de omzet, is het moeilijk voor te stellen dat het niet populair wordt!

<h2>Legacy loopt op laatste benen</h2>
NVMe-oF betekent dat storage binnen microseconden kan worden benaderd en dat eindgebruikers geen verschil merken tussen lokale storage en storage op afstand die verbonden is via een snel netwerk. Elke organisatie die met een database werkt zal hiervan voordeel ondervinden. Het is daarom logisch dat de NVMe-revolutie in 2019 een vervolg krijgt.

Wanneer dat gebeurt, bestaat de kans dat storage-architecturen achterblijven die niet zijn voorbereid op NVMe – en daar zijn er veel van. Legacy-arrays en -systemen waar flash later aan is toegevoegd, kunnen waarschijnlijk niet worden opgewaardeerd tot 100% NVMe en zullen daar dus ook niet van kunnen profiteren. Organisaties die tot nu toe hebben vertrouwd op direct attached storage zouden daarom goed moeten kijken naar een NVMe/NVMe-OF-oplossing die in (toekomstige) behoeften kan voorzien.

<em>Door Marco Bal, Principal Systems Engineer Benelux bij Pure Storage</em>